|
|
|
In 2008 heeft de Nederlandse Jenaplanvereniging kernkwaliteiten laten ontwikkelen naast de bestaande basisprincipes en kwaliteitscriteria. Hierin worden specifieke, concrete onderscheidende kenmerken van Jenaplanscholen geformuleerd.
De twaalf kernkwaliteiten zijn verdeeld in drie groepen:
![]()
Kinderen leren kwaliteiten/uitdagingen te benoemen en in te zetten,
zodanig dat zij zich competent kunnen voelen.
Kinderen leren zelf verantwoordelijkheid te dragen voor wat zij
willen en moeten leren, wanneer zij uitleg nodig hebben en hoe zij
een plan moeten maken.
Kinderen worden beoordeeld op de eigen vooruitgang in ontwikkeling.
Kinderen leren te reflecteren op hun ontwikkeling en daarover met
anderen in gesprek te gaan.

![]()
Kinderen ontwikkelen zich in leeftijdsheterogene stamgroepen.
Kinderen leren samen te werken, hulp geven en ontvangen met andere
kinderen en daarover te reflecteren.
Kinderen leren verantwoordelijkheid te nemen en mee te beslissen
over het harmonieus samenleven in de stamgroep en school, opdat
iedereen tot zijn recht komt en welbevinden kan ervaren.
![]()
Kinderen leren dat wat ze doen er toe doet en leren in levensechte
situaties.
Kinderen leren zorg dragen voor de omgeving.
Kinderen passen binnen de wereldoriëntatie de inhoud van het
schoolaanbod toe om de wereld te leren kennen.
Kinderen leren spelend, werkend, sprekend en vierend volgens een
ritmisch dagplan
Kinderen leren initiatieven te nemen vanuit hun eigen interesses en
vragen.
|
|
|